|
Het vijftienjarige
meisje Christine weet na vijf jaar oorlog niet meer wat leven is.
Drie maanden lang leeft zij met haar ouders, de concierge en de
bankiersweduwe en vele anderen in een schuilkelder van Budapest.
Het oorlogsgeweld van Duitsers en Russen raast over deze gemeenschap,
die van wantrouwen, ellende, twist, haat en een enkele keer een
schemering van liefde aan elkaar hangt.
Dit kind kent het leven niet. De wereld rond haar is verpulverd.
Maar zij wil niet sterven op de grens van haar volwassenheid. Daarom
vlucht zij drie jaar later met haar ouders uit het land van de Rode
Donau naar het Westen.
Ik ben vijftien jaar en wil niet sterven van Christine Arnothy
is aangrijpend in soberheid en oprechtheid. Terecht verwierf dit
werkje in december 1954 "Le grand Prix Vérité",
welke haar door Georges Duhamel werd overhandigd. Dit boekje werd
binnen enkele maanden wereldberoemd en verscheen in het Engels,
Fins, Frans, Hongaars, Japans en Spaans.
|